Category: Event & news

Interview in Plus Magazine

Ze schitterde in films en tv-series maar is de laatste jaren vooral bekend om haar humoristische columns en romans. Daphne Deckers besloot in het coronajaar met een open en vooral positieve blik naar haar eigen land te kijken en schreef het optimistisch en vrolijk stemmende boek Uitwaaien, geluk dichtbij huis.

Geschreven door: Margriet de Groot

Vroeger wist ik als kind een ding heel zeker; ik ga boeken schrijven. Dat is het enige wat ik altijd echt heb gewild. Al het andere zoals mijn modellenwerk, het acteren en presenteren is mij min of meer overkomen omdat ik net als Pipi Langkous altijd overal volmondig ‘ja’ op zei. Die mentaliteit heb ik mijn kinderen ook meegegeven. Niemand in het leven komt je iets brengen, je moet het echt zelf gaan halen. Een wijsheid die ik zelf heb moeten ontdekken. In mijn tijd had je als kind weinig inbreng, niet in wat je aan had of wat er gegeten werd maar ook niet in grotere beslissingen als vakantie of verhuisplannen. Ik weet nog hoe mijn moeder en ik op een donkere novemberavond naar de kerk liepen waar ik in het kerkkoor zong. Ze vertelde dat ze een heel grote verrassing voor me had. Opgetogen vroeg ik of Sinterklaas dit jaar bij ons lang zou komen. Maar nee, het was geen verrassing in de categorie leuk. We gingen verhuizen van hartje Nijmegen naar een boerderij in Persingen, het kleinste dorp van Nederland in de Ooijpolder. Ik was in shock. Ik was negen jaar, zat in de vijfde klas van de lagere school en wilde heel graag bij mijn vriendjes en vriendinnetjes blijven. Dat betekende dat ik samen met mijn broer iedere dag een uur op en neer van huis naar school fietste. Ook de middelbare school was een uur fietsen. Weer of geen weer; ik heb door de sneeuw geploeterd, door stromende regen en had altijd wind tegen. Iedereen die buitenaf woonde fietste zo’n eind, niemand werd gebracht. ’s Winters rook het in de klas vaak naar natte hond met al die verregende en verkleumde kinderen. Het was niet klagen maar dragen. Dat vormt je wel, figuurlijk maar ook letterlijk. Toen ik later modellenwerk ging doen, wisten ze in Parijs niet wat ze zagen. Met mijn fietskuiten paste ik amper in de uitgekozen laarzen.

Ik paste sowieso niet goed in de modellenwereld. Tijdens mijn eerste jaar studie in Utrecht zag ik een oproep voor een modellenwedstrijd waarbij je een scooter kon winnen. Ik deed vooral mee voor die scooter, want ik moest ver fietsen naar college. Maar ik werd tweede en won… een pennenset. Het universum probeerde me toen al wat te vertellen, haha! Toch verruilde ik mijn studie voor modellenwerk. Mijn ouders hadden het gevoel dat ik met het circus mee ging. Het is ook een gekke wereld waar ik geen idee van had. Mijn karakter maakte me niet altijd even geschikt als fotomodel. Ik had op mijn achttiende best een grote mond en een antiautoritaire houding. Nijmegen was in de jaren ’80 een rebelse krakersstad en ik kwam ook nog eens van het boerenland, dus het Parijse tais-toi et sois belle (houd je mond en wees mooi) was niet echt aan mij besteed. Maar ik wilde graag méér van de wereld zien dan weilanden en de kerktoren van Persingen, dus ik was overal voor in. Dat begon al op de middelbare school: ik zat niet alleen in de leerlingenraad, maar ook bij de schoolkrant, de toneelclub en het feestbestuur. Ik heb tot mijn achttiende voor Club Veronica gewerkt, tv-programma’s gemaakt en gepresenteerd. Ieder weekend ging ik met de trein naar Hilversum. Mijn ouders vonden dat best. Volgens mij zagen ouders toen minder gevaar dan nu. Vanaf mijn zeventiende reisde ik in mijn eentje de wereld over. Zonder creditcard of mobiele telefoon. Ik woonde in Tokio, Milaan, Parijs, New York, Los Angeles en Miami. Mijn ouders hoorden soms lange tijd niets van me. Geen nieuws, goed nieuws was het motto. Van ‘#metoo’ had niemand gehoord, maar het gebeurde natuurlijk geregeld. Ook ik heb meegemaakt dat fotografen zich op me stortten en dat grote klanten oneerbare voorstellen deden. Ik had het geluk dat ik verbaal goed van me af kon bijten. Komt bij dat ik bij een bureau zat dat geleid werd door vrouwen die me waarschuwden voor bepaalde types. Het bleef bij waarschuwen. Niemand deed er iets aan, tot ver in de jaren negentig werd het gewoon geaccepteerd als iets “wat er nu eenmaal bijhoorde”. Onvoorstelbaar toch?

Ik stopte met het modellenwerk toen ik bij de televisie kon gaan werken. Ik had net een boek geschreven over de internationale modellenwereld en werd daarover geïnterviewd door Veronica radio. Op de gang kwam ik mensen tegen die ik nog kende van Club Veronica. Ze zochten een nieuwe presentator voor een reisprogramma. Of dat niet iets voor mij was? Natuurlijk! In dezelfde periode leerde ik Richard kennen op een gourmetavondje bij vrienden. Ik zie ons nog staan schutteren in de keuken van dat huis. Hij had gehoord dat ik een boek had geschreven maar dacht er duidelijk het zijne van. Een model die een boek schrijft, het zal wel. Ik op mijn beurt had nog nooit van hem gehoord en kon niet geloven dat hij achtste van de wereld was. Twee maanden later kwamen we elkaar per toeval weer tegen. Hij vroeg me mee uit, maar ik zou die week naar Los Angeles vliegen. Dat trof, want hij moest ook naar LA voor een commercial van Nike. Ik kon er dus niet meer onderuit. Later hebben we onze kinderen nog eens meegenomen naar het restaurant van onze date. Daar is immers de vonk overgeslagen. Ik vond hem meteen zo’n leuke vent, heel grappig en droog. Voor die tijd geloofde ik heilig in een relatie van tegenpolen met veel drama en weer goedmaken. Richard is het tegenovergestelde, hij is door en door betrouwbaar en stabiel. Hij is mijn anker.

Nu heb ik ervaren wat het ultieme loslaten is. De maakbaarheid van ons leven is door corona enorm in botsing gekomen met de realiteit. Ik dacht dat ik redelijk Zen was, maar ik heb erg veel moeite gehad met het feit dat ineens allemaal dingen niet doorgingen. Ik was net overgestapt naar een nieuwe uitgever, dat betekent ook dat al mijn oude boeken een nieuwe editie moesten krijgen. Net toen corona uitbrak en heel Nederland thuis zat en het lezen weer oppakte, lag er geen boek van mij meer in de winkel! De film ‘Alles is zoals het zou moeten zijn’ dreigde als een nachtkaars uit te gaan. Bijna drie jaar lang ben ik bezig geweest met de verfilming van mijn gelijknamige roman. Uiteindelijk werd de film toch een enorme hit, hij werd afgelopen zomer uitgebracht toen de bioscopen weer opengingen. Dat was een onverwachte meevaller, maar overal in mijn branche – de culturele en creatieve sector – zag ik kaalslag, verdriet en faillissementen. Door al die negatieve berichten in de media, voelde ik een grote behoefte aan positiviteit. Zo is mijn boek ‘Uitwaaien, geluk dichtbij huis’ ontstaan. Ik was oorspronkelijk van plan een boek te schrijven over Niksen. Dat Nederlandse begrip was eind 2019 volgens TIME Magazine dé nieuwe Noord-Europese trend om een gestrest leven tegen te gaan. Het leek me geestig om daar een boek over te schrijven, maar toen kwam Corona en was de tijd van niksen voorbij. Iedereen is blij dat-ie nog werk hééft. We hebben nu veel meer behoefte aan uitwaaien, liefst in eigen land. Met groot enthousiasme heb ik me daarop gestort. Ik heb alleen maar dingen opgezocht waar ik blij van werd; mooie dorpjes, bijzondere overnachtingen, typisch Nederlandse gewoonten. Zo leuk om dat allemaal uit te zoeken. Ik kwam zoveel dingen tegen die ik niet wist en die ik nog graag wil ondernemen. Met een fluisterboot de Biesbosch ontdekken en over de Vliehorst op Vlieland rijden. De natuur is voor mij sowieso een goede oplaadplek. Ik ga elke dag naar buiten om een stuk met de hond te lopen of met Richard te fietsen. De natuur blijft gelukkig altijd open.

Het schrijven blijft ook doorgaan; ik ben een paar jaar geleden gestopt met televisie om meer te kunnen schrijven. Ik heb een jeugdboek geschreven, Het vliegende schaap, en een roman, Dubbel zes, waarvan de filmrechten nu ook verkocht zijn. Ik heb de laatste tijd wel meer moeite om me lang te concentreren. Ik dacht eerst dat het corona-stress was, maar het blijkt de overgang te zijn: dat heeft iets met mijn hoofd gedaan, ik ben minder helder en scherp dan voorheen. Ik wist eerlijk gezegd niet dat dat een typisch menopauze-verschijnsel is. Ik heb nu een pleister en een progesteron pilletje. Samen met sporten helpt dat prima.

Straks wil ik nog zoveel ondernemen. In mijn hoofd heb ik een rangeerterreintje vol ideeën. Mijn eerstkomende project is een historische roman, maar ik wil ook heel graag een verhalenbundel schrijven. Ik heb ruim twee jaar gewerkt aan Dubbel Zes. Na zo’n enorme spanningsboog ben ik wel toe aan korte verhalen. Het schijnt dat er in Nederland geen markt voor is, maar ik ga het gewoon proberen want ik vind het zélf een leuk genre. Er komt misschien ook een vervolg op Alles is zoals het zou moeten zijn. Ooit wil ik zelf een film maken, ik heb al eerder scenario’s geschreven voor comedyseries maar een filmscenario is echt een ander vak. Met zoveel plannen heb ik geen tijd om ver vooruit te denken. Als afgelopen jaar me iets heeft geleerd, dan is het wel dat het leven zomaar kan veranderen. Was ik net gewend dat de kinderen de deur uit waren en het zo beklemmend stil en leeg was in huis, waren we ineens weer met zes man in huis. Alsof we op een doorlopende groepsreis waren. Om corona irritaties te voorkomen hebben Richard en ik vanaf het begin duidelijk gemaakt dat we elkaar allemaal ons eigen leven laten leiden. Heel gezellig dat iedereen weer thuis is, inclusief de aanhang, maar ik ga niet meer opvoeden en vertellen waar de wasmand staat. Dat is een gepasseerd station. Als moederkloek vond ik het natuurlijk stiekem erg gezellig, maar het leven van mijn kinderen stond op de pauzeknop en dat doet pijn. Ik zie hen het liefst schitteren in wat ze graag doen. Richard en ik hebben ook nog dromen en ambities. We willen graag samen grote reizen maken, maar we gunnen elkaar ook veel vrijheid. Hij is onwijs actief en sportief. Met onze dochter is hij drie weken door Nepal getrokken en hij fietst met vrienden op geweldige locaties. Dat is niets voor mij, maar daar hoeft hij niet voor te laten. Als we in ons huis in Spanje zijn, ga ik naar mijn schrijfplek en pakt hij de racefiets en trekt de bergen in. Zo hebben we elkaar aan het eind van de dag nog iets te vertellen.

Ik hoop dat we samen gezond en actief oud mogen worden, dat is mijn droomscenario. Het enige waar ik écht bang voor ben, is dementie. Ik heb mijn vader onderuit zien gaan aan vasculaire dementie en dat was verschrikkelijk om te moeten meemaken. We waren opgelucht voor hem toen zijn lijdensweg voorbij was. Hij werd een heel ander mens en was doodongelukkig met zijn situatie. Voor mijn moeder was het ook vreselijk. Ze wilde hem zó graag helpen, maar het was haar man niet meer. Zo ervaarde ik het ook, ik probeerde hem op allerlei manieren te bereiken, maar niets werkte. Sterker, hij werd alleen maar verdrietig als ik met fotoboeken aan kwam zetten. Als ik bij hem in Zuid-Limburg op bezoek was geweest, zat ik tot aan Den Bosch te huilen. Bij dementie verlies je alles. Wie je bent, wie je was, hoe je denkt en de mensen van wie je houdt. Het is drie jaar geleden dat mijn vader is overleden, mijn moeder is 77 en loeisterk. Ze is de uitputtingsslag voorbij. Voor haar is mijn vader weer de man van toen geworden, de man waarvan ze hield. Zijn urn staat bij haar thuis, getooid met zijn favoriete pet. Ze houdt hele verhalen tegen hem, vertelt hem alle nieuwtjes. Ik ben blij dat ze hem weer ‘terug’ heeft. We komen graag bij haar langs. Dan staat de vertrouwde pan tomatensoep op het vuur, eten we kip en het toetje van oma en spelen we yahtzee. Tradities zijn er om gekoesterd te worden. Alleen al om die reden zal ik niet klagen over ouder worden. Als ik zo kwiek en pittig oud word als mijn moeder, kan ik me alleen maar gelukkig prijzen.”

Kader
Daphne Deckers (Nijmegen, 1968) is columnist en schrijfster van 23 kinderboeken, opvoedboeken en romans als ‘Alles is zoals het zou moeten zijn’ en ‘Dubbelzes’. Ze is getrouwd met oud-tennisser Richard Krajicek, samen hebben ze twee volwassen kinderen Emma en Alec. Daphne werd bekend als model, speelde in films en tv-series en presenteerde verschillende tv-programma’s. Onlangs verscheen haar nieuwe feelgoodboek ‘Uitwaaien, geluk dicht bij huis’. In deze ode aan Nederland laat ze op persoonlijke wijze zien hoe je rust kunt vinden in deze onrustige tijd, juíst in eigen land. Laat je inspireren tot een leven in een lagere versnelling maar met een hoger geluksquotiënt.

De 5 van Daphne – artikel in Margriet

Muziek die mij ontspant: Ik luister graag naar de Soundscapes van de app Calm: kabbelde beekjes, zachte regen. Mijn favorieten zijn de avondkrekels.
Waardevol inzicht: Een Japans gezegde: “Degene die de berg verplaatste, was degene die begon met het wegdragen van de kleinste stenen.”
Irritante eigenschap: Ik ben ’s ochtends heel slecht uit bed te trekken; ik snooze wel vijf keer en dan nóg wil ik er niet uit.
Bewondering voor: Mensen in de zorg. Daar wordt allang niet meer voor geklapt, maar ze werken nog steeds onder dezelfde druk.
Lievelingsparfum: Ik gebruik al dertig jaar ‘Eau de Lancaster’ van Lancaster; ik ben ermee vergroeid.

Daphne Deckers gebruikte het afgelopen jaar om Uitwaaien te schrijven, een vrolijk boek over rust vinden in onrustige tijden, vol weetjes en tips over alles wat leuk, mooi en interessant is aan Nederland. Haar eigen roerige jaar samengevat in 5 trefwoorden.

NB: Dit interview is afgenomen tijdens de lockdown. Op dat moment was uiteraard niet bekend hoe de situatie begin maart is.

UITWAAIEN
“Na mijn roman Dubbelzes nam ik een sabbatical, om even uit mijn hoofd te komen, veel te reizen en nieuwe ideeën op te doen. En toen kwam corona. Als ik de tv aan deed, hoorde en zag ik negativiteit en als ik de krant opensloeg leek het ook uitsluitend te gaan over alles wat niet deugt en mis gaat in Nederland. De ic’s die vol liggen, de faillissementen, de corona- app die niet werkte, mensen die weigerden om een mondkapje te dragen. Is er tussen al deze ellende ook nog iets positiefs te melden?, dacht ik. Het is allemaal al zo zwaar. Thuis moet je aan de keukentafel werken terwijl naast je manlief in een Zoom vergadering zit ,en tegenover je de kinderen thuisonderwijs moeten volgen. Niet fijn, want afgezien van de sociale contacten waar we als groepsdieren nu eenmaal behoefte aan hebben, is je huis bovenal je thuis, en liever niet een dependance waar de baas mag inloggen om te controleren of je wel hard genoeg werkt. En dan de angst of je je baan wel zal houden… Was er dan helemaal niets moois meer te melden? Zo ontstond het idee voor Uitwaaien, een boek dat gaat over alles wat ik leuk vind aan Nederland. Waar het fijn is. Waar het mooi is. Waar het nog stil is. Maar ook over onze tradities, over het ontstaan van typisch Nederlandse dingen zoals Wilhelmina pepermunt, wentelteefjes en drop, over welke woorden in het Engels uit het Nederlands zijn voortgekomen, en of die Hans Brinker met zijn vinger in de dijk werkelijk heeft bestaan. Het is toch leuk om te weten dat de Drentse hunebedden even oud zijn als de piramides in Egypte? Of dat 90 procent van alle Europese woestijnen in Nederland ligt? Tijdens mijn research viel ik van de ene verbazing in de andere. Ik heb nu zelfs een wishlist, ik wil naar de Biesbosch, ik wil logeren in een tiny house op het donkerste plekje van Nederland, ik wil in een badkuipje door de Rotterdamse haven varen. Dat kan allemaal! Nederland is eigenlijk een fantastisch vakantieland waar veel meer te ontdekken valt dan het overbekende Amsterdam of de Veluwe. Als je elke dag bezig bent met leuke, positieve dingen merkte ik, dan word je zelf ook vrolijk. Maar als ik dan na een dag schrijven ’s avonds naar Op1 of Jinek keek, was het weer een en al discussie en drama. Natuurlijk, er was en is door corona veel verdriet door de ziekte, het isolement, de sterfgevallen, de economische schade, de faillissementen. Dat is heel erg. Eigenlijk gaat Uitwaaien over rust vinden in een onrustige wereld.”

Natuur
2020 was voor mij ook een jaar van een grote herwaardering van de natuur. Die liefde zat er bij mij altijd wel in door mijn vader die bioloog was, en die ons tijdens wandelingen altijd op ieder interessant dingetje attendeerde. En toen, terwijl de wereld om ons heen dicht ging, bleef de natuur gewoon open. Opeens was het bos of strand niet meer iets vanzelfsprekends, maar kreeg het een extra gouden randje. Meer dan ooit besefte ik hoe fijn het is om buiten in het groen te zijn. Gewoon lekker wandelen met een vriendin en dan ergens op een bankje je meegebrachte boterhammen opeten in plaats van ergens te gaan lunchen, want dat kon niet meer. Elke keer weer dacht ik: wat is het hier mooi. Wat ruikt het hier lekker. Het ruisen van de bomen, het geluid van de branding, een kabbelend beekje; de natuur geeft rust en brengt je bloeddruk omlaag. In het bos voelde ik mij ook weer heel dicht bij mijn overleden vader. Net als hij kan ik tot vervelens toe tegen anderen zeggen: kijk, dat is nou een vliegenzwam.”

Gezin
“Richard en ik hadden al drie jaar een leeg nest. Ik weet nog dat wij elkaar met Sinterklaas 2019 zaten aan te kijken met zo’n blik van: ‘Nou, dat is ook wel eens leuker geweest. ‘Iedereen’ zit nu rond de open haard gezellig cadeautjes uit te pakken, terwijl wij kijken of er nog iets leuks op Netflix is.’ Tja, Sinterklaas met het gezin vieren… das war einmal. Hoopvol zeiden we tegen elkaar: Misschien weer, als er ooit kleinkinderen komen? Nou, één jaar en een pandemie verder zat ik afgelopen Sinterklaas èn kerst met zes man in huis, cadeautjes in te pakken, gedichten te schrijven en haalde ik het gourmetstel van zolder voor de traditionele feestmaaltijd van aangebrand vlees en veel te veel brood. Vorig jaar maart kwam Emma met haar Australische vriend even naar Nederland voor haar verjaardag. Ze kwamen door de lockdown niet meer weg. Ook zoon Alec strandde hier met zijn Engelse vriendin. Of het bevalt, dat volle huis?” Ze schiet in de lach: “Ik denk soms wel: be careful what you wish for! Ik heb zo lopen zeuren over dat lege nest! Zo zie je maar weer, je weet toch niet wat het leven voor je in petto heeft.
We doen het heel aardig hoor, zo met z’n allen. Ons huis is groot zat, maar toch is het een kwestie van opletten dat je niet in elkaars vaarwater zit. Ruzie is vaak een kwestie van korte lontjes en lange tenen. Stiekem vind ik het vooral heel gezellig. Maar ja, ik ben 52 jaar, ik heb de zaak wel op de rit en schreef altijd al thuis. Maar voor de kinderen – en niet alleen voor die van ons – is het meer dan vervelend. De tenniscarrière van mijn zoon als beginnend profsporter staat helemaal stil. Hij is 20, hij moet juist met volle kracht vooruit kunnen gaan. Als extra pech heeft Alec op een van de zeldzame tennistoernooien die er nog waren zijn enkelbanden finaal afgescheurd en moest hij geopereerd worden. Voor onze dochter Emma van 22 is het ook een grote tegenvaller. Zij was juist zo happy in Los Angeles, haar studie ging goed en het acteerwerk kwam echt op gang. De film waar Emma een grote rol in speelt was net in première gegaan en zou op allerlei filmfestivals vertoond worden. Die ligt nu al een jaar op de plank op roulatie te wachten. De levens van jonge mensen staan allemaal op pauze. Het is zo onzeker, zelfs nu het vaccin licht aan de horizon heeft gebracht. Maar ondertussen geniet ik wel erg van hun aanwezigheid hoor. Want straks zijn ze weer weg.”

Spelletjes
“Mijn 76-jarige moeder in Valkenburg kon ik tijdens de lockdowns natuurlijk ook lange tijd niet bezoeken. Gelukkig kan ze goed alleen zijn. Als ik belde, hoorde ik steevast : Ik heb bonbons, een spannend boek en ik heb André Rieu opstaan. Met die heilige drie-eenheid is het al snel goed wat haar betreft. Als je wel met twee mensen op bezoek mocht komen, deden we dat natuurlijk. Mijn moeders voorliefde voor spelletjes – over de lol van bordspellen schrijf ik ook in Uitwaaien – heeft zij echt op ons gezin overgebracht. En goed dat ze is! Yahtzee schijnt een kansspel te zijn, maar oma wint altijd. Ze heeft nog van die spelletjesdozen uit het jaar kruik, je weet wel, Mens erger je niet uit 1974 waarvan alle hoeken door plakband bij elkaar worden gehouden. Dat soort nostalgie waardeer ik nu meer dan ooit. Hier zijn we met z’n allen enorm met Lego aan de gang gegaan. Ik ben dol op dat getut van kamertjes maken waarin dan weer allemaal kleine spulletjes in komen te staan, deurtjes die open en dicht kunnen, een klein bakkerijtje met taarten… Tijdens het bouwen zit je dicht naast elkaar waardoor samen Legoën soms het karakter krijgt van een therapeutische sessie, omdat er ook mooie gesprekken ontstaan. Door al dat ge-Lego zou ik afgelopen december samen met Emma meedoen aan Legomasters Vips op RTL4, maar een acute blindedarmontsteking waardoor ik in het ziekenhuis terecht kwam gooide roet in het eten. Dus vormde Emma een gelegenheidsduo met Christiaan, de zoon van Frans en Mariska Bauer. Ze wonnen ook nog!”

DUURZAMER LEVEN
“Door deze pandemie vroeg ik mij af; wat zullen we hier op de lange termijn van leren? Best een ingewikkelde vraag omdat er altijd persoonlijke beweegredenen meespelen. Als ik iemand hoor zeggen: ‘misschien gaan we hierdoor eindelijk wat minder vliegen’, dan denk ik: ja, maar mijn dochter woont in Amerika. Als ik haar wil zien zal ik toch de oceaan over moeten steken. En mijn zoon moet om prof tennisser te kunnen worden voor toernooien iedere week naar een ander land. Wel heb ik afgelopen jaar opvallend weinig gekocht. Ik heb me voorgenomen om die lijn dit jaar maar door te trekken. Kasten uitruimen, zoveel mogelijk hergebruiken, kortom, het doen met wat je hebt. Ongemerkt zit je toch in een consumptiestramien. Ander voorbeeld: eten bestellen via Thuisbezorgd is natuurlijk makkelijk, maar ook dat hebben we teruggeschroefd. Ik ben zelf meer gaan koken, liefst met lokaal gekweekte producten.
Dat zijn dan weer een paar pluspunten van deze tijd. Wat het mij ook heeft gebracht is vooral veel familiegezelligheid, een hoop Lego-lol en de bewustwording van geluk-dichtbij-huis. Plus de ontdekking dat er in Nederland opvallend veel te genieten valt. Je hoeft niet per se naar Bali. Of naar de Everglades in Florida. De Biesbosch lijkt daar sprekend op en is net zo mooi. Maar verder… Natuurlijk mis ik net als iedereen de reuring, de sociale contacten, de premières, de festivals en vaste ijkpunten zoals Wimbledon en de Nijmeegse Vierdaagse. Maar ik ben blij dat ik met Uitwaaien iets heb gevonden dat de afgelopen tijd toch wat vrolijker heeft gemaakt. Ik hoop dat als mijn boek verschijnt er weer meer positiviteit is. Dat er ook weer meer mogelijk is. En dat we met z’n allen weer trots op ons land kunnen zijn.”

Interview in De Limburger krant

Daphne Deckers (52) heeft al ruim twintig boeken op haar naam staan en dinsdag 2 maart 2021 verschijnt het nieuwste: ‘Uitwaaien’. In dit feelgoodboek – over hoe je in onrustige tijden het geluk dicht bij huis kunt vinden – speelt ook Zuid-Limburg een rol. Niet zo gek, als dochter van twee door en door Limburgse ouders.

Daphne Deckers (52) spoedt zich vanuit Amsterdam naar haar huis in Muiderberg. Ze is deze ochtend op pad geweest voor Oma’s Soep, een initiatief van jonge mensen om soep uit te delen aan ouderen. Zo krijgen zij niet enkel iets om van te smullen, maar vinden ze tevens een luisterend oor. Deckers, gecharmeerd van het idee, ging deze ochtend mee langs de deuren. Omdat de ouderen niet op een minuutje meer of minder kijken, is ze later thuis dan gepland. Richard Krajicek, echtgenoot, ontvangt de visite alvast. De boomlange tennisser, de enige Nederlander die ooit Wimbledon won, schenkt koffie in en waarschuwt voor hond Rafa (juist, vernoemd naar collega Rafael Nadal): „Als je hem aait, ben je je vinger kwijt. Verder is hij heel aardig”.

Een kwartiertje later arriveert het voormalig fotomodel dat zich na een internationale loopbaan in de kijker speelde als presentatrice, actrice en schrijfster. Haar nieuwste telg Uitwaaien verschijnt dinsdag 2 maart a.s. Enthousiast, terwijl ze wat lipgloss opdoet en gaat zitten: „Zullen we Limburgs praten?” Want Deckers mag dan wel in Nijmegen geboren zijn, haar ouders zijn altijd Limburgs gebleven. Haar inmiddels overleden vader Johan komt uit Margraten, moeder Miep uit Maastricht. Onderling spreekt de familie Deckers dialect. „Mijn moeder zei vroeger al: Mestreechs is een taal, net als het Fries. Ik dacht toen ik klein was dat iedereen thuis dialect praatte. Zodra ik mijn broer en moeder spreek, praten we Maastrichts. Onze dochter Emma en zoon Alec vinden het jammer dat zij geen dialect praten. Even zonde vinden ze het dat ze geen Tsjechisch spreken, het land waar Richards ouders vandaan vluchtten. Naast Mestreechs praat ik Nijmeegs, als ik vrienden uit mijn schooltijd tegenkom.”

In je nieuwe boek ‘Uitwaaien’ beschrijf je hoe je ouders elkaar tijdens carnaval hebben leren kennen.
„Hoe Limburgs wil je het hebben! Zo ging het ook. Mijn vader heeft na die eerste ontmoeting een bierviltje naar m’n moeder opgestuurd, als postkaart en uitnodiging voor een volgende date. Ze heeft het viltje nog. Beiden zijn ze altijd helemaal gek geweest van carnaval. Ik ben op 10 november geboren, een minuut voor middernacht. M’n ouders hebben zelfs gedebatteerd over de vraag of ze dat niet in 11 november konden veranderen. Mijn broer en ik zijn helemaal met carnaval opgegroeid. Boven de rivieren denken ze dat het draait om zuipen en achter de wijven aangaan, maar ik weet hoe het symbool staat voor saamhorigheid en hoe belangrijk het is voor de gemeenschap, net als de processie. Ik ga veel liever carnaval vieren dan skiën.”

Weliswaar ben je niet in Limburg geboren, je kwam in je jeugd wel heel vaak in Zuid-Limburg, toch?
„Elk weekend. Mijn opa was fruitteler en had een grote boerderij op het platteland. We waren er vaak. Ook in Maastricht, ons buitenste stukje binnenland, waar mijn moeder vandaan komt. Als ik de berg afrijd en Maastricht zie liggen, voelt het nu nog als thuiskomen. Dat heb ik ook als ik over de Waalbrug naar Nijmegen rijd, of de Ooijpolder zie waar ik ben opgegroeid. Bij Maastricht denk ik aan hoe oma kaarsjes aanstak bij de sprookjesachtige Sterre der Zee. Als ik in Maastricht ben, wil ik naar de kapel om een kaarsje te branden en mijn kinderen doen al hetzelfde. Toen m’n broer en ik eenmaal het huis uit waren, zijn onze ouders weer naar Limburg verhuisd. Eerst naar Bemelen, maar dat huis was te groot, vervolgens naar Valkenburg. Daar woont mijn moeder nog steeds. Ze is inmiddels 77 jaar oud.”

Een jaar lang schreef je een column voor ‘De Limburger’. Over je frustratie dat modellen genadeloos worden teruggefloten als ze hun vleugels uitslaan bijvoorbeeld, ook over je auditie voor een James Bondfilm. Het is precies 25 jaar geleden dat je met de column begon.
„Echt waar? Jezus! Het was vlak voor Richard Wimbledon won, dit jaar dus ook 25 jaar geleden. Hij krijgt om die reden van de Koninklijke Nederlandse Munt een herdenkingsmunt. Ja, we zitten al in de sfeer van herdenkingsmunten, ha ha. Die periode is meer dan het hele leven van onze kinderen, onze oudste is bijna 23. In die tijd heb ik 23 boeken gepubliceerd, afgelopen zomer is de verfilming van mijn eerste roman in de bioscoop uitgebracht, van een ander boek zijn ook de filmrechten verkocht. Dat zijn allemaal mooie dingen, maar je moet niet steeds in de achteruitkijkspiegel kijken. Wat we samen hebben meegemaakt, wordt wel met het jaar bijzonderder. Richard en ik gaan nog ieder jaar naar Wimbledon en elke keer vraag ik me dan af hoe we er terecht zijn gekomen, in een box in de buurt van William en Kate. Die royals en andere beroemdheden, het went nooit.”

Wat was het voor een tijd toen je voor ons columns schreef?
„Ik presenteerde bij Veronica, Reisgids expedition. Het bleek een avontuurlijk reisprogramma te zijn, terwijl ik helemaal niet avontuurlijk ben. Ik sprong van bruggen, vloog met een Dakota in Mexico door de jungle, heb m’n rendierrijbewijs gehaald in Lapland, in Arizona koeien opgedreven, zonder rijbewijs op een crossmotor door Turkije geracet. En ik ben bijna verzopen in Nieuw-Zeeland. We waren aan het raften op wild water toen mijn boot omsloeg. Het was erg naar, ik heb er lange tijd nachtmerries van gehad. Ik bleef onder de boot steken, kreeg steeds minder lucht en werd paniekerig. Pas toen ik tegen een rots botste, ontstond er ruimte om onder de boot vandaan te komen. Ik spoelde als een gestrande walvis aan, de cameraploeg wist niet hoe serieus het was en filmde vrolijk door. Het was geen geslaagd avontuur. Later ben ik op safari in Afrika gebeten door teken waardoor ik de ziekte van Lyme kreeg. Ik was een halfjaar ziek. Toen heb ik besloten om toch maar te stoppen. Het was regelmatig onverantwoord wat we deden, al bewaar ik aan het programma goede herinneringen. Mijn dochter zou zoiets ook wel willen presenteren. Zij is veel avontuurlijker dan haar moeder.”

Als ik het goed begrijp, lijken jullie kinderen sowieso in jullie voetsporen te treden? Emma doet een acteursopleiding en Alec wil proftennisser worden.
„Het is even afwachten hoe het loopt. En ik heb dan wel geacteerd, maar ik deed maar wat. Heb nooit les gehad. Emma heeft The American Academy of Dramatic Arts in Los Angeles gedaan en verzamelt nu extra studiepunten om Business Economics aan de universiteit van Californië te kunnen doen. Ze is vorig jaar door corona noodgedwongen naar huis gekomen. Haar Australische vriend ging ook naar zijn ouders en kan Amerika niet meer in door het inreisverbod. Dat is heftig. Emma zit nu tussen twee werelden in. Ze heeft door het tijdsverschil ’s nachts les en kampt met een continue jetlag. En onze zoon wil proftennisser worden, maar het afgelopen jaar waren er nauwelijks toernooien. Toen er eindelijk een was in Griekenland is hij daar zo lelijk door zijn enkel gegaan dat hij geopereerd moest worden en zes weken in het gips zat. Daarna bleef Richard op de golfbaan in de modder steken en brak ook zijn enkel. Zo had ik met kerst twee gipsen benen in huis, een dochter die liever in Los Angeles wilde zijn en zelf lag ik op de operatietafel vanwege een acute blindedarmontsteking. Kortom, ik was blij dat 2020 voorbij was en had goede hoop op een beter 2021. Vooralsnog kunnen we nog geen kant op door corona. Ik vind het voor jongeren het ergst, hun leven staat volledig op pauze. Ik ben ambassadeur van het Emma Kinderziekenhuis in Amsterdam en word verdrietig als ik hoor hoeveel zelfmoordpogingen, mishandelingen en depressieve jongeren er momenteel zijn. Ik hoopte dat er voor jongeren een uitzondering gemaakt werd, zodat zij hun leven kunnen oppakken en gelijk de economie aan de gang houden. Bij de jeugd heerst nu zo veel frustratie en onrust, dat zie je aan de rellen van laatst. Als je die jongeren die met stenen naar ME’ers gooiden eens zou aanspreken en ze vroeg of ze nou liever met stenen gooien of in een club achter de meiden aangaan, dan weet je het antwoord wel. Al moeten ze in plaats van stenen gooien, lekker op een mountainbike door het bos gaan raggen.”

Door corona en de algehele malaise ben je maar aan de gang gegaan met het schrijven van een vrolijk boek?
„Ik had zo’n behoefte aan een positief boek, alleen aan het werken daaraan al. Ik ging noteren wat ik na de lockdown allemaal wilde doen, heb vrienden en familie tips gevraagd van plekken die het waard zijn om te bekijken in Nederland. Hele volksstammen komen elk jaar naar Nederland om hier vakantie te vieren, terwijl wijzelf altijd maar ver weg gaan. Dit boek is daarom bedoeld om ons eigen land te herwaarderen. Geluk dicht bij huis is de ondertitel. In mijn voorwoord haal ik Godfried Bomans aan: Het ware geluk is thuis te leven alsof men op vakantie is. Ik hoop dat we voortaan dicht bij huis genieten alsof we op vakantie zijn. Ik hoorde van een vriendin hoe ze met een fluisterbootje door de Biesbosch is gaan varen. Ik ben daar nooit geweest! Heb nog nooit een hunebed gezien. Ze zijn even oud als de piramides in Egypte, waarom zijn we daar niet trots op? Met een elektrische buggy kun je een tour langs hunebedden maken, dat wil ik! En op de elektrische fiets wil ik langs Limburgse wijngaarden, al drink ik geen drup alcohol. Met dit boek wilde ik wel meer zijn dan een VVV. Ik ben gaan schrijven over de geschiedenis van drop, over oliebollen, waar de liefde van Nederlanders voor de fiets vandaan komt. Toen de lockdown bleef duren, kwamen er steeds meer hoofdstukken bij. Over hoe we ons het thuiswerken niet zomaar moeten laten aanpraten, want thuis is nog altijd de plek waar je tot rust moet komen. Als je van de keukenvloer voor altijd je werkvloer maakt, blijf je voor je gevoel aan het werk. Uitwaaien gaat daarom ook over je rust vinden in een onrustige wereld. De persklaarmaker, degene die als laatste door een boek gaat voor het naar de drukker gaat, noemde het boek ontroerend positief. Zo ver zijn we dus al, dat je mensen ontroert als je een positief boek schrijft. We horen in deze tijden vooral slecht nieuws. Als je Op1 aanzet en de krant openslaat, zak je van je stoel van ellende. Ik zoek vrolijkheid. Gelukkig heb ik de afgelopen tijd in mijn bubbel gezeten waarin ik elke dag bezig was om te schrijven over leuke, positieve dingen. Toch mis ik prikkels, leven, contact met anderen. Ik las voor corona een advertentie van een keukenboer die reclame maakte voor een keukenexperience. Toen lachte ik om hoe alles maar een belevenis moet zijn. Nu mis ik het om geïnspireerd te raken. Ik wil nu zelfs naar zo’n keukenboer. We vervelen ons al een jaar helemaal kapot. Ik ben helemaal opgegaan in Lego, maar daar ben je na een tijd wel klaar mee. Ik hoef niet terug naar alle Nutella-winkels, rolkoffers en Airbnb-overlast, maar als ik alleen al nootjes kan kopen bij Blanche Dael… Als schrijver ben ik weliswaar gewend om maandenlang solistisch te leven, nu zit ik aan mijn taks. Omdat ik gewend ben om dat leven af te wisselen met de dingen die ik voor televisie doe, met reizen en met vrienden afspreken.”

Jouw ultieme tip is om naar buiten te gaan. In je boek omschrijf je uitwaaien als ‘je hoofd schoonvegen’. Hoe belangrijk is het om je kop in de wind te steken?
„Je kunt het niet vaak genoeg doen, wat mij betreft. Je hoort vaak dat het begrip gezelligheid zich niet laat vertalen in een andere taal, toch hebben vele landen er een woord voor. Niemand anders kent echter het begrip uitwaaien. Uitwaaien is goed voor je, zoals mensen ook positief reageren op kabbelend water en van het kijken naar de natuur je hartslag daalt. Gelukkig genieten we op dit moment van de buitenlucht en ik hoop dat we dat na corona blijven doen. Twee meiden bij Oma’s Soep vertelden hoe ze omgaan met daten in coronatijd. Ze hadden het over glüh-dates. Met je date loop je dan een route door Amsterdam waarbij je op allerlei plekken glühwein kunt afhalen. Ze waren helemaal enthousiast. Een eerste date is toch altijd moeilijk, je zit tegenover elkaar en durft elkaar bijna niet aan te kijken. Nu loop je naast elkaar en praat je over wat je ziet. Dat is toch wat, hè, dat corona jongeren leert dat het buiten op straat leuk is, dat wandelen leuk is. Zo probeer ik van alles het positieve in te zien. Uiteindelijk zijn we ontzettende mazzelkonten dat we in Nederland mogen leven. Nu gaat het even slecht, zijn we verdrietig en zenuwachtig, maar toch moeten we ons blijven realiseren dat we in een erg fijn land leven. We hebben het alleen nog niet eerder meegemaakt dat we zo’n spaak in de wielen hebben als momenteel. Normaal functioneert alles op en top. Als ik terugkom van ons huis in Spanje, verbaas ik me er al jaren over hoe aangeharkt het hier is. Dat vluchtheuvels met viooltjes zijn gevuld, dat in bijna elke plaats waar ik kom de straten met bloemenperkjes zijn versierd. Alles wat we in Nederland doen, willen we zo goed en netjes mogelijk doen. De eigenschap heeft ons land ver gebracht, maar bij een ramp of pandemie houdt ons dat ook tegen, mede door ons poldermodel. Voor ondernemers is het een ongelooflijk zware tijd. Ik ben er zelf een. Ik schrijf een boek, hoop dat het verkoopt en als er een film van verschijnt, hoop ik dat mensen er een kaartje voor kopen. Maar als boekwinkels en bioscopen dichtgaan, kan de overheid me wel aanmoedigen vol te houden, maar ik verdien niks. Zo’n aanmoediging komt van mensen met vaste banen, die niet weten waarmee ondernemers kampen.”

Hoe ziet de komende tijd er voor jou uit?
„Ik heb een boel ideeën voor nieuwe boeken, van mijn vorige roman zijn nu net de filmrechten verkocht en van Alles is zoals het zou moeten zijn komt wellicht een vervolgfilm. Er zijn heel veel plannen, maar ik merk een beetje aan mezelf dat ik aan het inkakken ben. Ze zeggen wel eens dat als je iets heel dringend gedaan wil hebben, je het moet vragen aan iemand die het druk heeft. Die doet dat er gewoon bij. Als je weinig op de agenda hebt staan, zoals ik momenteel, wordt iedere activiteit een enorm ding. Waar ik vandaag geen zin in heb, doe ik dan morgen wel, denk ik dan. Maar zodra ik naar het bos ben geweest of een flink eind ben gaan fietsen, gaat het bloed weer stromen.”

‘Uitwaaien’ van Daphne Deckers komt dinsdag 2 maart 2021 uit bij Uitgeverij Podium. De film ‘Alles is zoals het zou moeten zijn’ staat sinds deze maand op Netflix.

tekst RUUD MAAS

Moeder, schrijfster, columnist en presentatrice
Daphne Deckers werd geboren in Nijmegen en groeide op in het kleinste dorp van het land, Persingen. Ze studeerde communicatie in Utrecht en won tijdens de studie een modellenwedstrijd die de aftrap bleek van een internationale carrière. Door het schrijven van een boek over het modellenwerk ontdekte ze haar schrijftalent. Ze schrijft al jaren columns, midden jaren negentig een jaar voor De Limburger, acteerde in onder meer All Stars en de James Bondfilm Tomorrow Never Dies, presenteerde tv-programma’s als Holland’s Next Top Model en RTL Boulevard en verkocht van haar ruim twintig boeken meer dan 1,3 miljoen exemplaren. In 1999 trouwde ze met haar man Richard Krajicek met wie ze een dochter (Emma, 1998) en zoon (Alec, 2000) kreeg.

Interview in Nouveau over vierkante konten, suikerhartjes en cardio

Waar word je gelukkig van? Ik houd van buiten zijn als het koud is: ik vind het lekker om me aan te kleden met zo’n beetje alles wat ik heb, plus een muts, een sjaal en handschoenen. Een winterwandeling geeft een koud neusje en rode wangen, en een heerlijk tintelfris gevoel. Ik kan genieten van de geur van houtkachels in de koude avondlucht, van fietsen met een stormwind in mijn rug, van het kijken naar vogeltjes die blij zijn met een voederbol. Ook een avondwandeling vind ik fijn. In heldere winternachten word je regelmatig getrakteerd op een sterrenhemel. De vele ‘lichtjes in het donker’ hebben me in het coronajaar hoop en troost gegeven: zo’n eindeloze hemel geeft op de een of andere manier een positief perspectief. Na zo’n avondwandeling kom ik met hernieuwde energie thuis. Dan kan ik me al verheugen op een koffie verkeerd met een dikke laag schuim, het knappen en sissen van de open haard. Dikke sokken aan, en dan met een boek onderuit op de bank. Heerlijk!

Wanneer voel je je fit&happy? Als ik spierpijn heb. Op de een of andere manier geeft me dat een fijn en bevredigend gevoel; dan weet ik dat ik goed getraind heb. Ik heb al een zittend beroep en door de lockdowns heb ik ook nog eens veel meer stilgezeten dan normaal. Thuis Lego’en is hartstikke leuk en gezellig, maar ik heb er wel een vierkante kont van gekregen. Ik ben in 2020 vijf kilo aangekomen en kreeg de knopen van mijn broeken niet meer dicht. Het hele jaar las ik: maak je niet druk over coronakilo’s, er zijn belangrijkere dingen in het leven, en toen dacht ik: dat is helemaal waar, en ik loop toch al de hele corona in makkelijke thuiskleren. Maar aan het begin van 2021 kreeg ik sterk de behoefte om me weer eens leuk aan te kleden en weer ‘gewoon’ in mijn kleren te passen: het oude normaal. Ik heb het gevoel dat ik uit een winterslaap ben gekomen: al dat huismussen en stilzitten was een tijdlang best knus, maar nu wil ik eigenlijk alleen nog maar losbreken. Ik ben meer cardio en meer krachttraining gaan doen, en wow – wat geeft dat toch een stoot aan positieve energie!

Hoe ga je met je lichaam om? Op zich leef ik heel gezond: ik rook niet en ik drink niet, en ik doe geen drugs. I’m high on life, zeg ik altijd. Maar ik houd iets teveel van suiker: ik snoep graag en veel. In 2020 heb ik dat een béétje uit de hand laten lopen, want bij het kijken naar al die teurnisprogramma’s zoals Op1 waarbij het iedere dag over doden, besmettingen en ic-bedden ging, was voor mij de verleiding groot om hele zakken drop, suikerhartjes, Maltesers en andere troep naar binnen te duwen. Maar inmiddels heb ik een suikervrije week gedaan (zo, wat krijg je dáár een detox-hoofdpijn van) en nu ga ik beginnen aan een tiendaagse Vegan Switch. Marianne Timmer heeft me daartoe overgehaald – zij kan heel overtuigend zijn, haha! Onze dochter Emma is vegetariër, en doordat zij al een jaar thuis woont (normaliter woont ze in LA; ze gaat binnenkort weer die kant op) heb ik meer vegavlees en -recepten dan ooit tevoren. Erg lekker allemaal.

Wat betekent gezondheid voor jou? Dat alles werkt. En dat je daar heel dankbaar voor moet zijn. Wonderlijk eigenlijk, hoe je er altijd maar vanuit gaat dat je lichaam het gewoon doet, terwijl we nu toch wel geleerd zouden moeten hebben dat het leven zomaar anders kan zijn. In de winter van 2020 gebeurde er van alles: ik lag opeens de operatietafel met een acute blindendarmontsteking, mijn zoon Alec scheurde tijdens een tenniswedstrijd zo lelijk zijn enkelbanden dat hij geopereerd moest worden, en prompt bleef Richard met golfen in de modder steken en brak zijn enkel. Dus ik had twee gipsen poten in huis, en drie littekens op mijn buik van een compleet onverwachte operatie. Je gezondheid, en het gegeven dat je vrijuit kunt bewegen, is iets dat je moet koesteren.

Wat doe je om fit te blijven? Twee keer per week staat mijn personal trainer Susanne voor de deur: rain or shine, we werken altijd het programma af dat ze voor ogen had. Tijdens de coronadagen deden we de meeste trainingen buiten: dat kan prima met een beetje creativiteit, en je krijgt ook meteen een hap zuurstof binnen. Daarnaast probeer ik zeker drie keer in de week op de crosstrainer te staan; daar hangt een tv boven, dus ik kijk alles wat los en vast zit. Tijdens de lockdown was ik “stationair toerist”: dan keek ik op de crosstrainer GoPro-filmpjes van toeristen en bezocht ik op die manier allerlei plekken op de wereld. En ik probeer ’s ochtends en ’s avonds 100 buikspieroefeningen te doen; dat zijn 5 setjes van 20, kleine moeite, groot plezier. Krachttraining is goed voor de spiertonus, maar calorieën verbranden doe je met cardio. En dat moet ik dit jaar echt weer aanzwengelen. Er komen niet alleen gelukshormonen vrij, maar nu ik 52 ben is het ook belangrijk om de zaak in beweging te houden.

Heb je guilty pleasures? Ja, snoozen. Als een volbloed avondmens ben ik ’s ochtends niet uit mijn bed te trékken. Richard springt uit bed als een broodrooster: pinggg, en hij zit rechtop. Ik ben meer een heteluchtoven die je langzaam moet voorverwarmen. Ik blijf maar op die snooze-knop drukken. Want ik lig zo lekker en het is zo heerlijk knus en warm. Ik heb zelfs een column geschreven over alle redenen waarom je níet moet snoozen: je wordt er uiteindelijk vermoeider van dan wanneer je meteen uit bed springt. Maar ondanks dat ik dat weet, lukt het me zelden. Ik wikkel me liever nog eens stevig in mijn dekbed en doezel nog even door.

Interview in de Telegraaf

De eetkamer van Daphne Deckers staat vol met Lego-huizen. Een hele straat bouwde ze in de afgelopen coronamaanden aan elkaar. En daarnaast schreef ze. Maar liefst 400 pagina’s vol over hoe leuk Nederland is – vol foto’s, illustraties en fijne weetjes. “Ik had zo’n behoefte aan iets positiefs!”

Hansje Brinker heeft nooit bestaan. Wij kennen hem eigenlijk niet eens. De kleine held, die een gat dichtte in de dijk door zijn vinger erin te stoppen, is ontsproten aan het brein van een Amerikaanse schrijfster. Zij schreef in 1865 een populair kinderboek dat zich afspeelde in een nostalgisch, winters Nederland. In het boek vertelt de hoofdpersoon Hans, een arme jongen die aan een schaatswedstrijd wil meedoen, over een andere jongen die zijn dorp redt door zijn vinger in de dijk te steken. Het was dus niet eens Hans Brinker zelf die dat deed, maar toch hebben we een standbeeld van hem in Spaarndam, én een poppetje in Madurodam. Nederlanders zijn nu eenmaal praktisch ingesteld. Toen Amerikaanse toeristen almaar vroegen: “Zeg, hebben jullie geen herdenkingsbeeld voor zo’n heldhaftige knaap?” werd op een gegeven moment besloten er gewoon een te maken, zodat we konden zeggen: “Kijk, daar staat-ie!”

Was Daphne Deckers maar onze docent geschiedenis geweest, we hadden aan haar lippen gehangen. Gelukkig kan ze al haar anekdotes net zo smakelijk opschrijven als vertellen. Zo’n 400.000 Telegraaflezers kunnen er van meepraten. Daphnes column in onze zaterdagbijlage Magazine VROUW wordt verslonden. En ook de boeken die ze eerder schreef, gaan als warme broodjes over de toonbank.

Vrolijk relaas

Haar nieuwste geesteskind ‘Uitwaaien, geluk dicht bij huis’ komt volgende week uit. Wederom gaat dat een groot succes worden, vermoeden we. Niet alleen omdat Daphne zo leuk kan schrijven, maar in dit geval ook omdat we, na een moeizaam lastig jaar, wel weer eens behoefte hebben aan een positief geluid. En daarvoor moet je per definitie bij onze columniste zijn die een feelgood-boek schreef over Nederland. En hoe leuk het hier is. Aan de keukentafel vertelt ze waarom ze zo graag een vrolijk relaas over ons kleine landje wilde schrijven.

 Vertel…

“Ik had er zin in. Om deze hele coronatijd hangt een negatieve sfeer. Het ís natuurlijk ook vreselijk. Iedere avond op het Journaal: ellende. Op de persconferenties: besmettingen. In de krant: rellen. En toen las ik opeens in september 2020 dat de Nederlandse kinderen door de VN waren uitgeroepen tot de gelukkigste kinderen van de wereld. Net als in 2013, overigens, want ze doen dat onderzoek iedere zeven jaar. Toen ik het rapport las, dacht ik: echt waar? En hoe komt dat dan, dat onze kinderen zo gelukkig zijn? Ineens realiseerde ik me dat dat komt omdat wij zelf óók gelukkig zijn. Gelukkige volwassenen maken gelukkige kinderen.”

Nou, zo gelukkig waren we anders niet met z’n allen de afgelopen maanden…

“Zeker niet! Het was een heftig jaar, en we zijn er nog niet uit. We hebben natuurlijk een hele tijd gedacht: “In januari gaan we vaccineren en dan is het allemaal voorbij.” Tenminste, ík wel. Helaas, zo simpel bleek het niet te liggen. Ik vergelijk het wat dat betreft een beetje met bevallen. Negen maanden lang denk je: “Als dat kindje eenmaal is geboren, dan wordt alles weer leuk en gemakkelijk.” Maar dan moeten de nachtvoedingen en de tepelkloven nog komen, haha! In die fase zitten we nu met corona. Het einde is in zicht, maar de weg er naartoe is niet makkelijk. Om hier doorheen te komen, hebben we dromen nodig. Een ‘gedachtenvakantie’ noem ik het. Vooruitzichten over hoe het straks weer gaat worden. Dit boek maken was voor mij een vorm van therapie: het komt goed.”

Vanwaar die positieve houding?

“Zoals ik al zei: er is inmiddels licht aan het einde van de tunnel. Mijn boek is eigenlijk een grote bucketlist van alle dingen die ik wil doen als de maatregelen worden versoepeld. En dan heb ik het niet over grote reizen naar verre landen. Gewoon hier in Nederland is zoveel moois te vinden. Ik heb vrienden en familie in heel het land gevraagd waar ik in hun stad of streek echt naartoe moet en waarom. Ken je bijvoorbeeld het Van Gogh-Roosegaarde fietspad bij Eindhoven? Als je daar in het donker overheen fietst, licht het op met de schitterende krullen van De Sterrennacht van Van Gogh.  Dat lijkt me zo prachtig, daar wil ik heen. En in Drenthe kun je met een elektrische buggy een route langs de hunebedden rijden – krijg je nog een picknickmand mee ook. Dat wordt mijn eerste doel. Ik heb er nu al zin in. Ik wil ook nog met een fluisterbootje door de Biesbosch en naar het Dickens-festival in Deventer.”

Dromen, dromen, dromen. Maar in de talkshows wordt nog steeds doemscenario na doemscenario ontvouwd…

“O, die talkshows! Iedereen praat maar en praat maar. Alles is moeilijk en zwaar. Veel mensen zijn boos en onzeker, dat begrijp ik heel goed. Maar op een gegeven moment kon ik er niet meer naar kijken. Ik wilde iets dóen, en het niet alleen maar over me heen laten komen. ‘Uitwaaien’ was mijn happy bubbel: schrijven over dat leuke en fijne land dat Nederland altijd was – en nog steeds ís. Wat er ook dichtgaat: de natuur is altijd open. En wat hebben we veel mooie natuurgebieden! Volgens National Geographic is de Tulpenroute één van de mooiste auto- en fietsroutes ter wereld. Met ‘Uitwaaien’ wilde ik een beetje rust brengen in een onrustige wereld. Over de kracht van groen, hoe je het thuis gezellig maakt en wat je allemaal met je kinderen kunt ondernemen.”

Nou heb jij wel gemakkelijk praten met een goed inkomen en een groot huis. Maar dat gezin met vier kinderen op vijfhoog achter dan?

“Ik geef toe dat het gemakkelijker is om de coronacrisis uit te zingen in een groot huis dan in een klein appartement. Maar in dit boek heb ik voor iederéén tips&trics verzameld die geluk dicht bij huis brengen zonder dat ze veel kosten.”

Ben jij altijd zo positief ingesteld?

“Dat probeer ik wel te zijn. Positief zijn brengt me meer dan negatief zijn. Je weet wat ze zeggen: een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest. Wat heeft het voor zin om doemdenkend naar de toekomst te kijken? Het levert je niks op om nu al ongelukkig te zijn over iets wat misschien wel en misschien ook niet gebeurt. Ik had vroeger erg last van vliegangst. Op een dag zat ik in het vliegtuig naast iemand van de Bhagwan die op me in ging praten. “Nee hè,” dacht ik, “krijg ik nu ook nog een spirituele preek?” Maar hij zei iets dat ik tot op de dag van vandaag in mijn achterhoofd houd: “Waarom zou je nu al bang zijn? Als we neerstorten is er nog tijd genoeg om je daar druk over te maken. Zonde van je tijd om dat nu al te doen.”

 Wat vond jij het moeilijkst het afgelopen jaar?

“Ik heb mijn moeder al een jaar niet kunnen knuffelen. Ik heb collega’s die hun film of toneelstuk zagen stranden. Vrienden wiens restaurant failliet ging. En de teleurstellingen voor mijn kinderen. Onze zoon wil graag proftennisser worden. Eerst kon er niet gespeeld worden door de lockdown en in die korte periode dat het wel kon, zat hij thuis met een gebroken enkel. Ongeveer tegelijkertijd kreeg Richard een ongeluk tijdens het golfen. Zat ik ineens met twee gipsen mannen thuis. Onze dochter moest terugkomen uit LA; twee filmrollen van haar gingen niet door. En ik lag zelf opeens op de operatietafel met een acute blindedarmontsteking. Het was een jaar ‘zonder franje’: alles wat het leven leuk maakt, was weggevallen. Ik herinner me dat ik begin 2020 een reclame zag van een keukenboer: Kom naar onze keuken-experience! kopte de advertentie. Ik moest er om lachen: “keuken-experience”… Alles moet tegenwoordig een belevenis zijn. Fast forward: een pandemie. En ik snak ernaar, naar die experiences. Desnoods van een keukenboer.”

Hoe ben je de tijd doorgekomen?

“Toen ik klaar was met Lego, Netflix en puzzelen was ik vijf kilo aangekomen, dus toen ben ik maar aan de stappenteller gegaan. Wandelen, schaatsen – heerlijk. Maar verder was het een jaar waarin nauwelijks iets gebeurde, zo prikkelarm. Op een gegeven moment ben ik op de crosstrainer YouTube-filmpjes gaan bekijken van mensen die met een go-pro het Colosseum bezochten: stationair vakantievieren, haha! Maar nu is het klaar. Ik wil eruit. Ik mis het léven! Ik wil dat het lente wordt. Het wordt tijd dat de krokussen open gaan. En wij ook!”

Denk je dat het ooit weer wordt zoals het was?

“Ja hoor. Nederlanders zijn veerkrachtig. Maar het zal nog even duren. Daarom heb ik in ‘Uitwaaien’ ook een hoofdstuk over hoe je relaxt kunt thuiswerken, en hoe je een rustige sfeer op je werk kunt creëren. Uiteindelijk gaat het allemaal om je mindset. Ik denk dat we straks veel dankbaarder zijn: dat we niet blijven sippen over hoe het was maar blij zijn met wat er nog ís. Ik heb niks met al die types die corona aangrijpen om grootscheepse veranderingen door te drukken. We moeten nu al zoveel – mogen we straks éven terug naar het oude normaal? Martin Garrix had het laatst over het eerste concert dat hij zou gaan geven als de pandemie is bedwongen. “Ik krijg nu al kippenvel,” zei hij. Nou, ik ook.”

 

Bonjour!

‘Alles is zoals het zou moeten zijn’ is sinds vandaag ook te zien in het Frans. Trots!

WEB DEVELOPMENT BY SCHUTDESIGNLIENONLINE PHOTOGRAPHY BY YVETTE KULKENSNICK VAN ORMONDT & MIKE VAN DEN TOORN & WILLIAM RUTTEN & OTTO VAN DEN TOORN