Interview in de Telegraaf

De eetkamer van Daphne Deckers staat vol met Lego-huizen. Een hele straat bouwde ze in de afgelopen coronamaanden aan elkaar. En daarnaast schreef ze. Maar liefst 400 pagina’s vol over hoe leuk Nederland is – vol foto’s, illustraties en fijne weetjes. “Ik had zo’n behoefte aan iets positiefs!”

Hansje Brinker heeft nooit bestaan. Wij kennen hem eigenlijk niet eens. De kleine held, die een gat dichtte in de dijk door zijn vinger erin te stoppen, is ontsproten aan het brein van een Amerikaanse schrijfster. Zij schreef in 1865 een populair kinderboek dat zich afspeelde in een nostalgisch, winters Nederland. In het boek vertelt de hoofdpersoon Hans, een arme jongen die aan een schaatswedstrijd wil meedoen, over een andere jongen die zijn dorp redt door zijn vinger in de dijk te steken. Het was dus niet eens Hans Brinker zelf die dat deed, maar toch hebben we een standbeeld van hem in Spaarndam, én een poppetje in Madurodam. Nederlanders zijn nu eenmaal praktisch ingesteld. Toen Amerikaanse toeristen almaar vroegen: “Zeg, hebben jullie geen herdenkingsbeeld voor zo’n heldhaftige knaap?” werd op een gegeven moment besloten er gewoon een te maken, zodat we konden zeggen: “Kijk, daar staat-ie!”

Was Daphne Deckers maar onze docent geschiedenis geweest, we hadden aan haar lippen gehangen. Gelukkig kan ze al haar anekdotes net zo smakelijk opschrijven als vertellen. Zo’n 400.000 Telegraaflezers kunnen er van meepraten. Daphnes column in onze zaterdagbijlage Magazine VROUW wordt verslonden. En ook de boeken die ze eerder schreef, gaan als warme broodjes over de toonbank.

Vrolijk relaas

Haar nieuwste geesteskind ‘Uitwaaien, geluk dicht bij huis’ komt volgende week uit. Wederom gaat dat een groot succes worden, vermoeden we. Niet alleen omdat Daphne zo leuk kan schrijven, maar in dit geval ook omdat we, na een moeizaam lastig jaar, wel weer eens behoefte hebben aan een positief geluid. En daarvoor moet je per definitie bij onze columniste zijn die een feelgood-boek schreef over Nederland. En hoe leuk het hier is. Aan de keukentafel vertelt ze waarom ze zo graag een vrolijk relaas over ons kleine landje wilde schrijven.

 Vertel…

“Ik had er zin in. Om deze hele coronatijd hangt een negatieve sfeer. Het ís natuurlijk ook vreselijk. Iedere avond op het Journaal: ellende. Op de persconferenties: besmettingen. In de krant: rellen. En toen las ik opeens in september 2020 dat de Nederlandse kinderen door de VN waren uitgeroepen tot de gelukkigste kinderen van de wereld. Net als in 2013, overigens, want ze doen dat onderzoek iedere zeven jaar. Toen ik het rapport las, dacht ik: echt waar? En hoe komt dat dan, dat onze kinderen zo gelukkig zijn? Ineens realiseerde ik me dat dat komt omdat wij zelf óók gelukkig zijn. Gelukkige volwassenen maken gelukkige kinderen.”

Nou, zo gelukkig waren we anders niet met z’n allen de afgelopen maanden…

“Zeker niet! Het was een heftig jaar, en we zijn er nog niet uit. We hebben natuurlijk een hele tijd gedacht: “In januari gaan we vaccineren en dan is het allemaal voorbij.” Tenminste, ík wel. Helaas, zo simpel bleek het niet te liggen. Ik vergelijk het wat dat betreft een beetje met bevallen. Negen maanden lang denk je: “Als dat kindje eenmaal is geboren, dan wordt alles weer leuk en gemakkelijk.” Maar dan moeten de nachtvoedingen en de tepelkloven nog komen, haha! In die fase zitten we nu met corona. Het einde is in zicht, maar de weg er naartoe is niet makkelijk. Om hier doorheen te komen, hebben we dromen nodig. Een ‘gedachtenvakantie’ noem ik het. Vooruitzichten over hoe het straks weer gaat worden. Dit boek maken was voor mij een vorm van therapie: het komt goed.”

Vanwaar die positieve houding?

“Zoals ik al zei: er is inmiddels licht aan het einde van de tunnel. Mijn boek is eigenlijk een grote bucketlist van alle dingen die ik wil doen als de maatregelen worden versoepeld. En dan heb ik het niet over grote reizen naar verre landen. Gewoon hier in Nederland is zoveel moois te vinden. Ik heb vrienden en familie in heel het land gevraagd waar ik in hun stad of streek echt naartoe moet en waarom. Ken je bijvoorbeeld het Van Gogh-Roosegaarde fietspad bij Eindhoven? Als je daar in het donker overheen fietst, licht het op met de schitterende krullen van De Sterrennacht van Van Gogh.  Dat lijkt me zo prachtig, daar wil ik heen. En in Drenthe kun je met een elektrische buggy een route langs de hunebedden rijden – krijg je nog een picknickmand mee ook. Dat wordt mijn eerste doel. Ik heb er nu al zin in. Ik wil ook nog met een fluisterbootje door de Biesbosch en naar het Dickens-festival in Deventer.”

Dromen, dromen, dromen. Maar in de talkshows wordt nog steeds doemscenario na doemscenario ontvouwd…

“O, die talkshows! Iedereen praat maar en praat maar. Alles is moeilijk en zwaar. Veel mensen zijn boos en onzeker, dat begrijp ik heel goed. Maar op een gegeven moment kon ik er niet meer naar kijken. Ik wilde iets dóen, en het niet alleen maar over me heen laten komen. ‘Uitwaaien’ was mijn happy bubbel: schrijven over dat leuke en fijne land dat Nederland altijd was – en nog steeds ís. Wat er ook dichtgaat: de natuur is altijd open. En wat hebben we veel mooie natuurgebieden! Volgens National Geographic is de Tulpenroute één van de mooiste auto- en fietsroutes ter wereld. Met ‘Uitwaaien’ wilde ik een beetje rust brengen in een onrustige wereld. Over de kracht van groen, hoe je het thuis gezellig maakt en wat je allemaal met je kinderen kunt ondernemen.”

Nou heb jij wel gemakkelijk praten met een goed inkomen en een groot huis. Maar dat gezin met vier kinderen op vijfhoog achter dan?

“Ik geef toe dat het gemakkelijker is om de coronacrisis uit te zingen in een groot huis dan in een klein appartement. Maar in dit boek heb ik voor iederéén tips&trics verzameld die geluk dicht bij huis brengen zonder dat ze veel kosten.”

Ben jij altijd zo positief ingesteld?

“Dat probeer ik wel te zijn. Positief zijn brengt me meer dan negatief zijn. Je weet wat ze zeggen: een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest. Wat heeft het voor zin om doemdenkend naar de toekomst te kijken? Het levert je niks op om nu al ongelukkig te zijn over iets wat misschien wel en misschien ook niet gebeurt. Ik had vroeger erg last van vliegangst. Op een dag zat ik in het vliegtuig naast iemand van de Bhagwan die op me in ging praten. “Nee hè,” dacht ik, “krijg ik nu ook nog een spirituele preek?” Maar hij zei iets dat ik tot op de dag van vandaag in mijn achterhoofd houd: “Waarom zou je nu al bang zijn? Als we neerstorten is er nog tijd genoeg om je daar druk over te maken. Zonde van je tijd om dat nu al te doen.”

 Wat vond jij het moeilijkst het afgelopen jaar?

“Ik heb mijn moeder al een jaar niet kunnen knuffelen. Ik heb collega’s die hun film of toneelstuk zagen stranden. Vrienden wiens restaurant failliet ging. En de teleurstellingen voor mijn kinderen. Onze zoon wil graag proftennisser worden. Eerst kon er niet gespeeld worden door de lockdown en in die korte periode dat het wel kon, zat hij thuis met een gebroken enkel. Ongeveer tegelijkertijd kreeg Richard een ongeluk tijdens het golfen. Zat ik ineens met twee gipsen mannen thuis. Onze dochter moest terugkomen uit LA; twee filmrollen van haar gingen niet door. En ik lag zelf opeens op de operatietafel met een acute blindedarmontsteking. Het was een jaar ‘zonder franje’: alles wat het leven leuk maakt, was weggevallen. Ik herinner me dat ik begin 2020 een reclame zag van een keukenboer: Kom naar onze keuken-experience! kopte de advertentie. Ik moest er om lachen: “keuken-experience”… Alles moet tegenwoordig een belevenis zijn. Fast forward: een pandemie. En ik snak ernaar, naar die experiences. Desnoods van een keukenboer.”

Hoe ben je de tijd doorgekomen?

“Toen ik klaar was met Lego, Netflix en puzzelen was ik vijf kilo aangekomen, dus toen ben ik maar aan de stappenteller gegaan. Wandelen, schaatsen – heerlijk. Maar verder was het een jaar waarin nauwelijks iets gebeurde, zo prikkelarm. Op een gegeven moment ben ik op de crosstrainer YouTube-filmpjes gaan bekijken van mensen die met een go-pro het Colosseum bezochten: stationair vakantievieren, haha! Maar nu is het klaar. Ik wil eruit. Ik mis het léven! Ik wil dat het lente wordt. Het wordt tijd dat de krokussen open gaan. En wij ook!”

Denk je dat het ooit weer wordt zoals het was?

“Ja hoor. Nederlanders zijn veerkrachtig. Maar het zal nog even duren. Daarom heb ik in ‘Uitwaaien’ ook een hoofdstuk over hoe je relaxt kunt thuiswerken, en hoe je een rustige sfeer op je werk kunt creëren. Uiteindelijk gaat het allemaal om je mindset. Ik denk dat we straks veel dankbaarder zijn: dat we niet blijven sippen over hoe het was maar blij zijn met wat er nog ís. Ik heb niks met al die types die corona aangrijpen om grootscheepse veranderingen door te drukken. We moeten nu al zoveel – mogen we straks éven terug naar het oude normaal? Martin Garrix had het laatst over het eerste concert dat hij zou gaan geven als de pandemie is bedwongen. “Ik krijg nu al kippenvel,” zei hij. Nou, ik ook.”